TEKST: YVONNE DE HAAN | FOTOGRAFIE: MARGREET VLOON

"Je gaat maar verzamelen als je op jezelf woont!"

Wie de huiskamer bij Erwin Vijfhuizen aan de Assendorperstraat betreedt, waant zich automatisch in de jaren vijftig. In de hoek van zijn knusse woonkamer prijkt een houten Philips tv uit 1956 met daarnaast een oranje corduroy bekleedde treinstoel en vintage meubels. Maar verwacht bij dit interieur geen man op leeftijd. Erwin is ‘nog maar’ 27 jaar, maar wel ‘gek van’ oude buizenradio’s. 

Naam: Erwin Vijfhuizen, getrouwd, eerste kind op komst

Leeftijd: 27 jaar

Woont: sinds vier jaar in Zwolle; nu een jaar in Assendorp, daarvoor in Dieze

Beroep: producer bij iGlow Media

Passie: oude radio's restaureren

Waarom Zwolle: Gezellig en vriendelijk. Een groot dorp

“Waar mijn voorliefde vandaan komt? Mijn vader is een creatief knutselaar en mijn moeder houdt van oude spullen. Dus het is van beide kanten genetisch bepaald. En daarnaast ben ik altijd gek geweest van elektronica. Alles wat met stroom te maken heeft, vond ik als jochie al super interessant.” Erwin’s hobby start tijdens een bezoek aan een kringloopwinkel op vakantie in Oostenrijk. Tussen alle oude spullen door wordt zijn blik getrokken naar een aantal oude radio’s en grammofoons.


Tandwieltjes van Lego

Eenmaal thuis, verdiept Erwin zich in de oude techniek en ontdekt dat deze in de eerste grammofoonmodellen kinderlijk eenvoudig is. “Met bij elkaar gesprokkeld hout en onderdelen uit een oude pick-up heb ik zelf een grammofoon nagebouwd met een houten bekisting. Ik kon hem aanslingeren met tandwieltjes van Lego en het werkte ook nog. Al snel volgde de eerste echte radio. "Een Graetz Comedia 4R uit 1956", herinnert Erwin zich. "Voor veertig gulden heb ik hem meegenomen naar huis. Ik dacht: ‘leuk, ik zet het op mijn kamer en klaar’. Maar ja na die radio, wilde ik ook een tv.” 

"Mijn eerste zelfgebouwde radio werkte op onderdelen uit een oude pick-up"
Lief vragen

Als Erwin zeventien is, tikt hij via een online verzamelaarsforum twee jaren vijftig tv toestellen op de kop. Na deze televisies, wil hij zijn verzameling buizenradio’s uitbreiden. Hij koopt ze meestal via internet bij particulieren, maar die wonen vrijwel nooit om de hoek. “Dat hoefde geen probleem te zijn, want mijn vader reisde voor zijn werk door het hele land. Maar als ik hem vroeg om een exemplaar ergens mee te nemen, kreeg ik steevast hetzelfde antwoord: ‘Nee. Je hebt al genoeg radio’s. Je gaat maar verzamelen als je op jezelf woont.’

Die methode werkte dus niet, maar ik ontdekte al snel een slimme tactiek. Mijn moeder vond het stiekem best leuk dat ik oude radio’s verzamelde. Als ik het eerst heel lief aan haar vroeg, kon zij daarna mijn vader wel overhalen. Dus zo kreeg ik toch vaak mijn zin. Af en toe verkocht ik weer wat door. Zo hield ik mijn ouders tevreden.”



radioman Zwolle
Lentebode

Bij zijn verhuizing naar Zwolle, gaan de oude buizenradio’s mee. Erwin heeft er een hele kamer voor ingericht. De oudste die hier tussen staat is een houten Philips Lentebode uit 1934. Die dankt zijn naam aan de ‘lenteblaadjes’ voor de luidspreker. Ook bijzonder is een ander exemplaar van dezelfde fabrikant die in de tweede wereldoorlog is gemaakt. Er zit een extra spaarstand op zodat het schaalverlichtingslampje niet brandt, maar de radio wel geluid produceert. Een noviteit in de oorlogsjaren waarin energie schaars is en huiselijk licht in de avond zelfs verboden is.

Spaarlampje: een noviteit uit de oorlogsjaren
Kapitaal

Maar los van de techniek is Erwin vooral gecharmeerd van de vorm. “Bakkeliet was in de jaren twintig net uitgevonden en ineens zag je hele creatieve kunststofmodellen radio’s op de markt verschijnen, gewoon omdat het kon. Dat vind ik mooi.”

Zijn mooiste radio is volgens hem een Philips uit 1949. “Deze radio is prachtig gewelfd en met houtfineer afgewerkt. Als je aan de bandschakelaar draait, komt een glasplaatje met de zenderfrequenties naar boven. Dit is echt een beest van een radio met een onverwoestbare kwaliteit. Deze zou nu onbetaalbaar zijn.”

Destijds kostte zo’n toestel vierhonderd gulden. Een kapitaal in de jaren van de wederopbouw. Wie denkt dat deze radio’s nu het viervoudige waard zijn, heeft het mis. “Het was een serieproduct. Ze werden met zalen tegelijk gemaakt. De waarde van deze radio’s is nu gemiddeld zo’n honderd euro, maar wordt bepaald door de onderhoudsstaat en de aan- of afwezigheid van originele onderdelen. Dat maakt het voor mij een goed te betalen hobby. Af en toe koop ik nog een oud exemplaar. Daar mag ik graag een paar dagen aan prutsen. Houten exemplaren krijgen meestal een nieuw laklaagje. Ik meet de hele radio door met een oscilloscoop. Een apparaat dat elektrische signalen laat zien. Werkt een toestel niet, dan zijn vaak één of meerdere buizen kapot en die vervang ik dan.”



radioman Zwolle
Afbuigjuk

Tot slot van het gesprek heeft Erwin nog een leuke anekdote over de tv in zijn woonkamer. “Deze heb ik tien jaar geleden gekocht bij een antiquair in Baarn. Deze Philips stamt ook uit 1956. Het duurt twee minuten voordat het beeld tevoorschijn komt. Maar met de eerste 'opstarten' keek ik alleen maar naar een witte stip. Ik dacht: ‘help, wat moet ik hiermee’. In oude tv’s zitten veel meer buizen dan in radio’s. Dat maakt de techniek complexer. Via internet kwam ik uiteindelijk in contact met een Zweed en die heeft een nieuw afbuigjuk opgestuurd. Dat onderdeel zorgt ervoor dat het beeld over de hele beeldbuis wordt verspreid. Deze tv werkt nu weer prima. Nee, hier komt geen LED-tv aan de muur. Als mijn televisie kapot gaat, repareer ik haar gewoon weer.”



radioman Zwolle
DEEL:

Plaats een bericht



CAPTCHA Image
Reload Image



13 Reacties