24 FEBRUARI 2015 | TEKST: KITTY PEETOOM | FOTOGRAFIE: JARNO KRAAYVANGER

Oeroude gewelven onder je eigen café 

Heel, heel lang geleden, in 1661 om precies te zijn, werd er aan het Gasthuisplein een pand gebouwd, dat nu bekend staat als Café de Gezelligheid. Eronder liggen gewelven. Die zijn vele malen groter dan het café. De kelders lopen door tot onder parfumerie Ici Paris en Drogisterij het Kruidvat aan de Diezerstraat, en tot onder de naastgelegen winkel Soep. Je kan er echter maar op één manier in: via het luik achter de bar van het café. 
Wie: Jos en Hilde Piening
Leeftijden: 40 en 38
Wonen:
in het centrum
Zwols bloed:
nee, afkomstig uit IJsselmuiden en Kampen
Waarom Zwolle: door werk en door dit fantastische pand.
Jullie passies: Reizen, genieten, lezen, toneel spelen, bier en relaxen waar het kan!
Helemaal achterin één van de kelders is de eerste steen gelegd. Daar zit hij, vlak naast die dikke, oude, koperen kraan. Ene Egbert Brouwerszoon was de legger van de eerste steen. Tja,  what´s in a name? Deze kelder ligt pal onder Ici Paris en wie goed heeft gekeken, heeft aan de gevel van deze geurenwinkel ornamenten gezien van biervaten en hopplanten. “Het is bijna honderd procent zeker dat hier een brouwerij heeft gezeten”, zeggen Jos en Hilde. “Het straatje hiernaast heet de Brouwerstraat. Nou, dan weet je het wel. Grappig dat wij hier nu een café runnen.”
Jos en Hilde zijn sinds tien jaar de eigenaren van Café De Gezelligheid. Toen zij voor het eerst het luik achter de bar openden, riepen ze: “Oh, my God!”, aldus Jos. “Er lag vuilnis zo ver het oog reikte, een halve wietplantage, honderd liter frituurvet. De vorige kroegbazen hebben de kelders de twintig jaren voor ons gebruikt als een enorme vuilnisbelt. En het was niet één ruimte die volgestouwd was. Tot onze verbazing kwam er na die ene ruimte nóg een ruimte tevoorschijn, en nóg een ruimte, en nóg een ruimte.”
Enfin, meer dan honderdvijftig aanhangers met puin en vuilnis hebben ze uit de kelders getild. Maar toen was er dan ook een bijzonder stelsel van gewelven blootgelegd, dat uitsluitend toegankelijk bleek vanuit hun café. 


gewelven Zwolle
Toen zij voor het eerst het luik  openden, riepen ze: “Oh, my God!”
Art Nouveau tegeltableau
Het luik achter de bar gaat open, het lichtje wordt aangeknipt. We lopen voorzichtig een trapje af van graniet, een slordige honderd jaar oud. Na de bierkoelingen, de drankvoorraad en de opslag voor carnavalsspullen, komen we in een grotere gewelfkamer met eveneens een granieten, ingelegde vloer. Aan de muur zijn twee authentieke Art Nouveau tegeltableaus gemetseld, met daarop schilderingen van personen met hoeden op. ‘Distel Amsterdam’, staat er in de handtekening onderaan de tekeningen. Plateelfabriek De Distel uit Amsterdam was een Nederlandse aardewerkfabriek die heeft bestaan van 1895 tot 1925. Zo lang zitten die tegels er dus al. “We weten dat in dit pand een jassen- en hoedenzaak heeft gezeten. Dit was het atelier waar de hoeden en jassen werden vervaardigd”, aldus Jos. 

gewelven Zwolle
Ome Bertus
Iets verderop in de grote gewelfkamer hangen aan de eeuwenoude wanden allerlei memorabilia van de Zwolse stadsomroeper Peter Vader. Prentjes van omroepers uit heel Europa sieren de muren, een verzameling omroepbellen van porselein, brons en staal staat te pronken op houten planken langs de wanden. Er liggen kostuums en ratels van hout, waarmee stadomroepers de aandacht van het publiek konden trekken en er staan houten tafels met banken in het midden, vlakbij een wandschildering van walvissen en schepen in zee.
Dikke kaarsen in kandelaars sieren overal de muur. “Toen de VVV behoefte had aan een ludieke stadswandeling, heeft Peter Vader de wandeling van Ome Bertus aangemeld”, vertelt Jos. “Ome Bertus zou de eerste walvisvaarder van de stad zijn geweest. Terwijl Peter Vader dit verhaal vertelt, voert hij zijn gasten langs diverse horeca-etablissementen met typisch Hanzestedelijke hapjes en drankjes. Hij komt dan ook hier in de kelder. Of het waar is, het verhaal van Ome Bertus? Dat mogen de gasten zelf bepalen.”
Graf
We gaan een smal gangetje door en komen in een volgend gewelf. Wanneer er een rondleiding wordt gehouden, zijn de TL-balken natuurlijk uit, verklaart Jos. Dan werpen de kaarsen een geheimzinnig flakkerend licht op, op……maar dat is een graf! “Het graf van Oom Bertus”, grijnst Jos. “En dit hier”, hij loopt het nisje weer uit, “zijn wrakstukken van zijn schip, en dit is zijn schatkist.” Vlak naast de plek waar de schatkist staat, is een stuk van de vloer, overduidelijk in een later stadium, met gietbeton gedicht. Jos stampt erop. Het klinkt hol. “Dat wordt mijn volgende projectje met de voorhamer”, grijnst hij. “De archeologische dienst van Zwolle is hier ook langs geweest, en die bestempelen deze gewelven als ‘leuk’, maar vinden het niet interessant genoeg. Ik ben echter heel benieuwd naar wat hieronder vandaan komt.” 

gewelven Zwolle
De kaarsen werpen een geheimzinnig flakkerend licht op...een graf!
Sigarenfabriek
Het is inmiddels een aantal keren gebeurd dat Jos een muurtje tegenkwam waarvan hij vermoedde dat er zich een ruimte achter bevond. Hij wijst naar een zijgangetje: “Dat stuk heb ik drie jaar geleden ontdekt. Er ligt nog een oude stookolieketel uit de tijd van de sigarenfabriek”.
De sigarenfabriek: dit huis herbergt vele verhalen en dit verhaal dateert van de Tweede Wereldoorlog. “Er kwam hier eens een oude dame langs, een Nederlandse, die op bezoek was uit Canada waar ze naartoe was geëmigreerd. Ze woonde ten tijde van de oorlog in ons pand en vertelde me dat er destijds op zolder sigaren werden gemaakt. Die zolderverdieping had een dubbele vloer. Tussen de kieren en spleten waren sigarenbladeren gevallen. Aan het einde van de oorlog hebben de sigarenmakers die ertussenuit gepeuterd om er sigaren van te kunnen draaien. Zo konden ze toch rookwaren verkopen. Van het geld hebben ze de onderduikers op gang kunnen helpen die ze al die tijd hier in deze kelders hadden verborgen.”


gewelven Zwolle
Opslagkelder
We lopen terug de gewelven door, langs de carnavalsopslag, de opslagkelder voor kerstversiering, de kelder voor terrasstoelen, de kelder voor glasvoorraad, de kelder voor dranken en de kelder met de bierkoeling. We gaan het trapje weer op naar boven en steken onze hoofden over de rand van het luik. Als Jos en Hilde deze gewelven toch niet onder hun café hadden gehad, waar hadden ze dan al die spullen moeten laten? Misschien op één van de drie verdiepingen die zich nog boven het café bevinden? “Dan had het leven er inderdaad iets anders uit gezien”, grinnikt Jos. “Wanneer nu Hertog Jan een aanbieding heeft van speciaalbier, sla ik direct twee pallets in, dat kan ik hieronder gewoon kwijt.” 
DEEL:

Plaats een bericht



CAPTCHA Image
Reload Image



2 Reacties