27 JANUARI 2014 | TEKST: YVONNE DE HAAN | FOTOGRAFIE: MARGREET VLOON

Martin-Jan de Groot ‘ontmaagdt’ bunkers uit WOII  

Het is een gewone middag na schooltijd als Martin-Jan de Groot samen met zijn vriendjes besluit de duinen bij Katwijk aan Zee in te gaan op zoek naar een ‘Piratenschat’. Het duurt niet lang voordat ze ‘beet’ hebben. Hun buit bestaat uit munten, pijpenkopjes en nog veel meer. Het prikkelt de fantasie van het toen tien jaar oude jochie. Als opa dan ook op de proppen komt met een -eveneens- gevonden veldzender van de Duitse Kriegsmarine, is een hobby voor het leven geboren. “Ik wil de geschiedenis optimaal ervaren.”

Wie: Martin – Jan de Groot (42)

Woont: in Diezerpoort

Zwols bloed: nee, geboren in Limburg en opgegroeid in Katwijk aan Zee en Almere. Via de moeder van mijn kinderen in Zwolle beland. 

Waarom Zwolle? Prima stad met een mooi, historisch centrum. Het is hier net even wat nuchterder en gemoedelijker dan in het westen.  



bunkersontmaagden Zwolle
Snijwerktuig

Bijna elke hoek van Martin Jans flatwoning in de Diezerpoort neemt je mee op reis door de vaderlandse en Europese geschiedenis. Van relikwieën uit de prehistorie naar lepels uit de Gouden Eeuw en heel veel opgravingen en andere spullen uit de Tweede Wereldoorlog. In zijn woonkamer staat onder andere een grote hospitaalkist waarin destijds medicijnen en ‘snijwerktuig’ werden bewaard voor operaties op het slagveld. Daarnaast prijkt op een etalagepop een Wehrmacht uniform met een (on-klaargemaakt) K98 geweer. In zijn slaapkamer staat een grote vitrinekast vol met lege hulzen, wikkels, muntjes, ringen, bestek, borden en nog veel meer. Elk product heeft een verhaal, een bijzonder verhaal. 

Kriegsmarine

“Ik groeide op in een gebied dat nog vol lag met bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. Veel Duitse soldaten waren in ’45 de oorlog moe en gaven zich snel over. Zij wisten dat ze meestal na een paar maanden gevangenschap weer vrij waren. Dus gooiden ze letterlijk de spullen van zich af en dumpten hun materialen onder meer in putten in de duinen. Zo verdwenen ontelbaar veel geweertuig en kledij onder de grond. Zelfs complete rupsbanden- en voertuigen werden aan het zicht onttrokken. Veel mensen hebben er geen idee van dat onze bodem nog zoveel schatten herbergt, maar ouderen die de oorlog hebben meegemaakt, weten het vaak nog wel. Mijn eerst gevonden patroon liet ik destijds trots zien aan mijn opa. Die haalde meteen van zolder een grote veldzender op van de Kriegsmarine. Had hij gevonden in de duinen bij Callantsoog. Daar trok hij van alles uit de bunkers, zoals zenders en telefoons. Elke dorpeling deed dat na 1945.”

Bunkers ontmaagden

Zijn voorliefde voor het onderzoeken van bunkers kreeg een bijzondere bijnaam na het zien van een filmpje op YouTube. “In die video schepten enkele ‘bunkerbusters’ een bunker leeg die was verstevigd met hout. Na het leegscheppen vonden ze houten banken en enkele kisten met legeruitrustingen. Op het moment dat ze die opentrokken, hoorden ze een 'pfff'-geluid, alsof je een vacuümverpakking opentrekt. Als je dat geluid hoort, heb je een tijdscapsule te pakken. In zo’n bunker is alles zo luchtdicht geweest dat de materialen heel goed, bijna maagdelijk, zijn geconserveerd. Daarom heb ik met een aantal vrienden de term ‘bunkers ontmaagden’ bedacht.”

"Pffff...als je dat geluid hoort, heb je een tijdscapsule te pakken!" 
Streetwear

Niet alles wat Martin-Jan vindt, is opgegraven. Het Wehrmacht uniform met helm en wapen vond hij op een rommelmarkt. Deze verzameling staat tijdelijk in de woonkamer omdat Martin-Jan druk is met het opnieuw inrichten van de kast waarin de verzameling normaliter huist. “Het vernuft waarmee dit uniform is gemaakt, fascineert mij. De Duitsers en Amerikanen hadden toen al diepgravend onderzoek gedaan naar hoe ze de kwaliteit van deze kledij konden optimaliseren. Weinig mensen weten dat de hedendaagse streetwear grotendeels is geënt op uniformen uit deze tijd. Het ontwerp is heel minimalistisch en robuust. De jas is oersterk en waterafstotend dankzij weeftechnieken die toen revolutionair waren. Deze technieken en functionaliteiten worden nu nog gebruikt, alleen de materialen zijn anders.” 



bunkersontmaagden Zwolle
Opektafles

In zijn slaapkamer herbergt Martin-Jan ook een vitrinekast. Hierin bewaart hij een bonte verzameling lege kogelhulzen van boordmitrailleurs, een eetpannetje met ingekraste initialen en een heel bijzondere fles van Opekta. “Dat was het bedrijf van Otto Frank, de vader van Anne. Dit bedrijf produceerde het vruchtenpoeder 'pectine', een bindmiddel voor jam. Hoogstwaarschijnlijk heeft Otto Frank deze Opektafles nog zelf ontworpen eind jaren dertig. Ik heb de fles gevonden in het Reichswald, vlak onder Nijmegen. Hij is daar vermoedelijk achtergelaten door een Duitse soldaat of een kok van een Duitse veldkeuken…”

Brutaal zijn

Zijn ontdekkingen voeden een enorme honger naar kennis over vroeger. Boeken helpen Martin-Jan om materialen te duiden en op echtheid te toetsen. Maar de echte verhalen duikt hij op in bunkers, beerputten en rommelmarkten. “Ik wil de geschiedenis optimaal ervaren door te onderzoeken, op te sporen en fysiek dingen vast te houden. Ik ben daarin net iets extremer dan de gemiddelde geschiedenisfreak. Vroeger waren wij, bunkeronderzoekers, niet overal welkom. Maar als je overal toestemming voor vraagt, gebeurt er niks en kom je nergens. Terwijl de bunkers met rupsvoertuigen toch echt dieper verscholen liggen in het woud. Wil je die ontdekken, dan moet je brutaal zijn en van de paden afwijken.”

Gedonder

De spullen die de voormalig Katwijker vindt, vormen voor hem een bron van inspiratie voor zijn werk als schilder, kunstenaar en tattoo-artist. Een deel daarvan stamt uit het nazi-tijdperk. “Ik ben me bewust van het controversiële karakter. Ik heb helemaal niets met militarisme en wil ook absoluut geen geweld verheerlijken. Als mijn verzameling compleet is, gaat het in een langdurig bruikleen naar een oorlogsmuseum of herdenkingscentrum. Ik wil met mijn vondsten laten zien dat de Tweede Wereldoorlog een wezenlijk onderdeel is van ons nationaal verleden. Dat kan en mag je niet wegstoppen onder het zand. Het laat de ontwikkeling zien van onze westerse maatschappij vlak na de industrialisatie waarin hebzucht steeds belangrijker werd. Dat dunne laagje dat wij culturele beschaving noemen, stelde niets meer voor. De mens is en was een roofdier, gedreven door egocentrisme en opportunisme. Ik wil met mijn verzameling laten zien dat die hebzucht een eigenschap is van alle mensen. Die eigenschap is de moeder van al het wereldwijde gedonder.”



bunkersontmaagden Zwolle
"Onze geschiedenis mag je niet wegstoppen onder het zand!"
Weinig bunkers in Zwolle

In Zwolle is relatief weinig materiaal uit de Tweede Wereldoorlog te vinden. De bunkers die de stad rijk was, waren niet stevig genoeg als verdedigingswal. Vlak aan de overkant van de IJsselbrug, bij de afslag naar Zalk, zijn nog wel drie bunkers bewaard gebleven. Ze zijn in de jaren dertig gebouwd met het oog op de toenemende oorlogsdreiging. Ze dienden als gevechtslinie om de opkomst van het Duitse leger te vertragen. Via telefoonlijnen hielden de soldaten in de bunkers contact met elkaar en het station. Op het moment dat de Duitse soldaten in het vizier kwamen, bliezen de Nederlanders de verkeers- en spoorbrug op, zodat ze niet verder konden. Dat bleek ijdele hoop. Bij Zutphen vonden de Duitsers nog een rivierovergang en zo kwamen ze alsnog Zwolle binnen. 

Mortiergranaat

De vondsten die Martin-Jan in Zwolle heeft gedaan, stammen dus niet uit bunkers. “Wel heb ik heel veel gevonden in beerputten en bij archeologische opgravingen. Op de plek van de Fenix heb ik jaren geleden een achttiende eeuws borrelglas gevonden, nog helemaal gaaf.”

Maar een andere ontdekking aan de Schuttevaerkade leek minder onschuldig. “Enkele jaren geleden is de Thorbeckegracht gebaggerd. Alles wat eruit kwam, werd gedumpt op een baggerschip. Dat lag aan de Schuttevaerkade en was vrij toegankelijk. Als de werklui klaar waren, kon ik er urenlang aan de slag met mijn metaaldetector. Ik vond er van alles: trouwringen, zilveren munten en negentiende eeuwse tinnen lepels. Op een dag ontdekte ik zelfs een mortiergranaat. Sterk genoeg om een halve flat mee op te blazen.” 



bunkersontmaagden Zwolle
Munitievrij

“Ik kon natuurlijk die granaat weer in het water gooien, maar de gracht was net officieel munitievrij verklaard. Het zette mij aan het denken, want wie garandeerde mij dat er niet nog meer oude bommen en granaten op deze boot lagen? Bovendien kon iedereen erop, dus ook spelende kinderen. Dat vond ik te riskant, dus ik haalde de politie er bij. Die schakelde weer een explosievenexpert in. Hij zag wat ik al dacht: de ontsteking miste, dus deze granaat kon geen schade meer aanrichten. Toch heb ik de politie gevraagd of het schip daar weg kon en dat is ook gebeurd. Daarmee sneed ik mezelf wel in de vingers, want er lag nog heel veel mooi spul. Maar veiligheid vond ik op dat moment belangrijker.” 

DEEL:

Plaats een bericht



CAPTCHA Image
Reload Image



1 Reacties